Veelgestelde vragen over het Appa pensioen

Vanaf 1 januari 2014 is de Appa (Algemene pensioenwet politiek ambtsdragers) een middelloonregeling. Uw pensioen wordt berekend op basis van uw jaarlijkse bezoldiging. U bouwt elk jaar een stukje pensioen op van uw pensioengevend salaris in dat jaar. Alle jaarlijks opgebouwde delen vormen samen uw pensioen. Voor de berekening van uw pensioen zijn 4 factoren van belang:

  1. Factor voltijd/deeltijd
    Werkt u voltijd? Dan telt elk kalenderjaar dat u werkt mee voor 1 jaar. Dat wordt uitgedrukt in een factor. Bij voltijd is dat factor 1. Werkt u bijvoorbeeld 80% deeltijd? Dan telt elk kalenderjaar dat u werkt mee voor 0,8 jaar. Dat is dus factor 0,8.
  2. Opbouwpercentage
    U bouwt elk jaar een stukje pensioen op. Het opbouwpercentage is het percentage van de pensioengrondslag (berekeningsgrondslag - franchise) dat per jaar wordt opgebouwd. Dit bedraagt 1,875% per jaar. Het opbouwpercentage dat op u van toepassing is, staat op uw pensioenoverzicht.
  3. Pensioengrondslag
    De pensioengrondslag bestaat uit:
    • 12x de bezoldiging (i.c. wedde of schadeloosstelling) inclusief
    • vakantie-uitkering en
    • eindejaarsuitkering
    Werkte u in deeltijd? Dan wordt gerekend met een voltijdsalaris. Deeltijdwerken wordt namelijk al verrekend in de factor voltijd/deeltijd.
  4. Franchise
    De franchise is het premievrije deel van uw bezoldiging. Daarover betaalt u geen pensioenpremie en bouwt u dus geen Appa-pensioen op. Dat hoeft ook niet, want u krijgt ook AOW.

Eindloonregeling

Tot 1 januari 2014 werd voor de berekening van uw pensioen gekeken naar uw laatst verdiende wedde/schadeloosstelling. Uw pensioen was dus geen afspiegeling van uw bezoldigingsverloop tijdens uw hele politieke carrière, maar van uw laatste bezoldiging.

Het pensioenstelsel is opgebouwd uit drie pijlers:

  1. Staatspensioen (AOW)
    De Algemene Ouderdomswet (AOW) is de basis voor de oudedagvoorziening in Nederland. In principe krijgt iedereen die in Nederland woont of werkt een AOW-uitkering. De AOW wordt gefinancierd door middel van een omslagstelsel. Dat wil zeggen dat de beroepsbevolking bijdraagt aan de uitkeringen van de huidige AOW’ers. De kosten van de AOW worden deels betaald door de premies en deels door de algemene middelen van de overheid.
  2. Aanvullende pensioenopbouw via de werkgever

    Collectieve bedrijfspensioenen vormen de tweede pijler van ons stelsel. Dit is het pensioen dat werknemers opbouwen via de werkgever. Bedrijfspensioenen worden beheerd door een pensioenfonds, verzekeraar of premiepensioeninstelling (PPI). Solidariteit is daarbij belangrijk. Het collectief profiteert wanneer het goed gaat en vangt de verliezen op wanneer het slecht gaat.

    Bedrijfspensioenen worden, anders dan de AOW, gefinancierd via de zogenaamde kapitaaldekking. De opbouw van pensioenaanspraken is in dit systeem gekoppeld aan de premiebetaling. De pensioenen worden betaald vanuit het vermogen. Het vermogen is opgebouwd door de pensioenpremies te sparen en te beleggen. Zo bouwt het pensioenfonds het kapitaal op dat nodig is om later de pensioenen uit te betalen.

    De Appa is niet gefinancierd op basis van kapitaaldekking maar op basis van een voorziening opgenomen in de begroting. Dat wil zeggen dat de pensioenen worden betaald uit de begroting van Rijk, provincie, waterschap of gemeente.

  3. Eigen vermogen
    Het ouderdomspensioen dat men opbouwt in een aanvullende pensioenregeling in Nederland is bedoeld als aanvulling op de AOW. Omdat in het verleden de pensioenregelingen voornamelijk gebaseerd waren op een eindloonregeling kon samen met de AOW het ouderdomspensioen uitkomen op 70% van het laatstverdiende inkomen (bij een dienstverband van 40 jaar, waarbij jaarlijks 1,75% wordt opgebouwd). Over het deel van het inkomen waarin de AOW al voorziet, wordt daarom geen ouderdomspensioen opgebouwd. Dit wordt ook wel de "inbouw van de AOW" of franchise genoemd. Omdat er van 70% wordt uitgegaan, staat er in veel regelingen een factor 10/7 maal de AOW-uitkering als bedrag voor de franchise.

Het ouderdomspensioen dat men opbouwt in een aanvullende pensioenregeling in Nederland is bedoeld als aanvulling op de AOW. Omdat in het verleden de pensioenregelingen voornamelijk gebaseerd waren op een eindloonregeling kon samen met de AOW het ouderdomspensioen uitkomen op 70% van het laatstverdiende inkomen (bij een dienstverband van 40 jaar, waarbij jaarlijks 1,75% wordt opgebouwd). Over het deel van het inkomen waarin de AOW al voorziet, wordt daarom geen ouderdomspensioen opgebouwd. Dit wordt ook wel de "inbouw van de AOW" of franchise genoemd. Omdat er van 70% wordt uitgegaan, staat er in veel regelingen een factor 10/7 maal de AOW-uitkering als bedrag voor de franchise.

Verhuist u in Nederland, dan wordt uw nieuwe adres automatisch aan ons doorgegeven via de Basis Registratie Personen (BRP). U hoeft uw adreswijziging niet zelf aan ons door te geven. Verhuist u naar het buitenland, mail dan uw nieuwe adres naar appa@apg.nl.

Met vragen over de fiscale consequenties voor uw pensioen kunt u het beste contact opnemen met de Belastingdienst Buitenland, Postbus 2865, 6401 DJ Heerlen.

Met vragen over de AOW kunt u zich wenden tot de Sociale Verzekeringsbank, postbus 1100, 1180 BH Amstelveen. Telefoonnummer: 020-6565656

Met vragen over uw ziektekosten kunt u zich wenden tot het Zorginstituut Nederland (voorheen College voor Zorgverzekeringen), Eekholt 4, 1112 XH Diemen. Telefoon: 020-7978555.

In de periode voorafgaand aan het moment waarop u de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt ontvangt u automatisch van ons een aanvraagformulier voor ouderdomspensioen. Heeft u de pensioengerechtigde leeftijd al bereikt maar ben u nog actief als politiek ambtsdrager, dan ontvangt u van ons het aanvraagformulier zo spoedig mogelijk na uw aftreden, maar op zijn laatst 5 jaar na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Via de Basisregistratie Personen (BRP) ontvangen wij bericht van het overlijden. Wij zorgen ervoor dat het pensioen van de overledene wordt stopgezet en dat de overlijdensuitkering, als daar recht op is, wordt uitgekeerd. Tevens wordt de nabestaande geïnformeerd over het nabestaandenpensioen. De nabestaande(n) hoeft (hoeven) dus niet zelf het nabestaandenpensioen aan te vragen.

De pensioenrichtleeftijd is de leeftijd waarop de pensioenopbouw is gericht. Dit was 65 jaar, ofwel men ging er van uit dat 40 jaar pensioen werd opgebouwd gedurende het 25e tot 65e levensjaar. Vanaf 1-1-2014 is de pensioenrichtleeftijd 67 jaar. Met andere woorden, bij het bereiken van de leeftijd van 67 jaar is de maximale pensioenopbouw van 70% van het laatstverdiende salaris bereikt. Deze aanpassing van de pensioenrichtleeftijd vindt zijn oorsprong in de verhoogde levensverwachting en is gekoppeld aan de AOW-leeftijd.

Door de verhoging van de pensioenrichtleeftijd moet het pensioen actuarieel worden aangepast ten opzichte van de pensioenrichtleeftijd(en) die gold(en) ten tijde van de opbouwfase.

Voorbeeld:

  • Bestuurder De Heer heeft pensioen opgebouwd van 1-3-2009 tot 1-7-2017.
  • Het pensioen opgebouwd tot 1-1- 2014 had als pensioenrichtleeftijd 65 jaar en bedraagt € 1.500,00 per jaar (= A).
  • Het pensioen opgebouwd van 1-1-2014 tot 1-7- 2017 had als pensioenrichtleeftijd 67 jaar en bedraagt € 200,00 per jaar (=B).

Betrokkene treedt af op 1-7-2017, is op dat moment 66 jaar en zijn pensioen gaat in op datum aftreden. Hij heeft op dat moment immers al de pensioengerechtigde leeftijd bereikt (in 2017 is de pensioengerechtigde leeftijd 65 jaar en 9 maanden).

Omdat pensioen A als pensioenrichtleeftijd 65 jaar had, wordt dit pensioen, ten bedrage van € 1.500,00 per jaar, actuarieel verhoogd van 65 naar 66 jaar. Pensioen B daarentegen had als pensioenrichtleeftijd 67 jaar. Dit pensioen, ten bedrage van € 200,00 per jaar, wordt dan ook actuarieel verlaagd van 67 naar 66 jaar.

Concreet betekent dit dat pensioen A wordt verhoogd naar € 1.599,16 per jaar en pensioen B wordt verlaagd naar € 187,20 per jaar.

Uw Appa-pensioen gaat in beginsel in op de pensioengerechtigde (of AOW-) leeftijd. Vanaf 1-1-2014 kunt u ervoor kiezen het pensioen eerder of later te laten ingaan tussen 60 jaar en 5 jaar na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Het pensioen kan echter nog niet ingaan als er nog Appa-pensioenopbouw plaatsvindt (dit doet zich alleen voor als u de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt). Dit kan zijn omdat u nog actief bent als politiek ambtsdrager of als u nog recht heeft op uitkering, ook als deze uitkering wegens het genieten van neveninkomsten niet tot uitbetaling komt.

Deeltijdpensioen is niet mogelijk. Met andere woorden een politiek ambtsdrager in deeltijd kan niet tegelijkertijd uit dezelfde functie een deeltijdpensioen ontvangen. Uiterlijk 5 jaar na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd gaat het pensioen automatisch in en stopt verdere pensioenopbouw.

Wilt u weten hoe hoog uw pensioen is bij eerdere of latere ingangsdatum, vraag een offerte aan bij Appa-pensioenen. Dit kan per e-mail via appa@apg.nl of per post naar:

Appa-pensioenen
Postbus 4824
6401 JM Heerlen

Nee, u hoeft niet af te treden. Uw pensioen gaat wel in op de dag dat er 5 jaren zijn verstreken na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Met andere woorden: u ontvangt uw Appa-pensioen en gelijktijdig ontvangt u uw bezoldiging als bestuurder. Op uw bezoldiging worden geen pensioenpremies meer ingehouden. U bouwt ook géén Appa-pensioen meer op.

Ja. In de situatie dat u pensioenopbouw heeft bij verschillende bestuursorganen, is het mogelijk om het pensioen bij bestuursorgaan X in te laten gaan áls u daar geen pensioenopbouw meer heeft. Uw pensioenopbouw bij bestuursorgaan Y loopt dan gewoon door.

Nee, zolang er pensioenopbouw is en u deelnemer bent in de Appa, is het niet mogelijk om het pensioen eerder te laten ingaan. Ook al is uw uitkering nihil en uw pensioenopbouw 0%. Zolang er recht bestaat op uitkering, bent u actief deelnemer in de Appa en kan uw pensioen (nog) niet ingaan.

Na uw aftreden heeft u recht op een uitkering en is het niet mogelijk uw pensioen te laten ingaan. Er is echter een uitwijkmogelijkheid. U kunt namelijk afzien van uw recht op uitkering. Deze keuze is onomkeerbaar en u kunt dit kenbaar maken op het moment van of vlak na uw aftreden. Er wordt dan geen uitkering toegekend en u bent dan ook geen deelnemer meer in de Appa. Met andere woorden, u kunt daarmee uw pensioen eerder laten ingaan.

Dat kan wanneer uw totale pensioen, als u in 2014 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, niet meer bedraagt dan € 467,89 bruto op jaarbasis. Dit bedrag heet ook wel de afkoopgrens. Deze afkoopgrens wordt jaarlijks, per 1 januari van een jaar, vastgesteld door de Nederlandsche Bank. Bedraagt uw pensioen meer dan de afkoopgrens, dan is afkoop niet mogelijk.

Dit is het beste uit te leggen met een voorbeeld.

  • Oorspronkelijke wedde bedraagt € 10.000,00 per maand.
  • Het eerste jaar is de uitkering 80% van de wedde: € 8.000,00 per maand.
  • De neveninkomsten bedragen € 5.000,00 per maand.

Het bedrag waarmee de uitkering vermeerderd met de inkomsten de laatstelijk genoten wedde overschrijdt wordt in mindering gebracht op de uitkering:

€ 8.000,00 + € 5.000,00 = €13.000,00 - € 10.000,00 = € 3.000,00

De uitkering bedraagt € 8.000,00 - € 3.000,00 = € 5.000,00.

Factor is dan verminderde uitkering/uitkering zonder vermindering: 5.000/8.000 = 0,625

De uiteindelijke opbouw = 0,625 x 1,875% = 1,1719.

Vanaf 1-1-2014 wordt eerst bepaald hoeveel het nabestaandenpensioen bedraagt dat in aanmerking komt voor uitruil naar een hoger ouderdomspensioen. Het bedrag van dit nabestaandenpensioen wordt vervolgens vermenigvuldigd met een factor. De uitkomst is het bedrag waarmee het ouderdomspensioen wordt verhoogd.

Voorbeeld:

Het ouderdomspensioen, opgebouwd na 1-7-1999, bedraagt € 1.000. Het daarvan afgeleide nabestaandenpensioen bedraagt € 700. De “uitruilfactor” bedraagt in 2017 0,2. Het ouderdomspensioen van € 1.000 wordt, na keuze voor uitruil, verhoogd met:

€ 700 x 0,2 = € 140. Dit bedrag wordt vervolgens actuarieel aangepast aan de pensioengerechtigde leeftijd.